Voor welke partijen kan ik op 7 juni stemmen in Vlaams-Brabant ?
Gelukkig is er internet die ons helpt bij onze queeste naar de inhoud.
Belg. Alliantie
Vlaams programma
CAP
Geen afzonderlijk programma voor Vlaanderen en Europa gevonden, maar wel een programmaoverzicht met links op deze pagina
en aandacht voor Europa op deze pagina
CD&V
Vlaams programma van CD&V
Europees programma van CD&V
Groen!
Vlaams progamma van Groen!
Europees programma van Groen!
Lijst Dedecker
Vlaams programma van LDD
Europees programma van LDD
LSP
Vlaams programma van LSP
Europees programma van LSP
N-VA
Vlaams programma van N-VA
Europees programma van N-VA
Open VLD
Vlaams programma van Open VLD
Geen specifiek Europees programma gevonden
PVDA+
Vlaams programma van PVDA+
Europees programma van PVDA+
S-LP
Vlaams programma van S-LP
Europees programma van S-LP
SP.A
Vlaams programma van SP.A
Europees programma van SP.A
U.F.
Geen programma gevonden, wel info op deze pagina
Vlaams Belang
Vlaams programma van Vlaams Belang
Europees programma van Vlaams Belang
Vrijheid
Weinig informatie te vinden op het internet.
Na googl’en op de naam van de lijsttrekker kom ik op deze pagina en dit artikel terecht.
Een leuke link is deze waarbij De Standaard de programma’s door een zogenaamde “Word Cloud Generator” gedraaid heeft.
donderdag 4 juni 2009
maandag 1 juni 2009
Het groot debat
Met veel tromgeroffel werd het aangekondigd: “Precies één week voor de verkiezingen, op zondag 31 mei, pakt VRT Nieuws uit met Het Groot Debat op Eén”. Zo stond het te lezen op de website van Eén. Zoals steeds is het afwachten of het debat voldoende inhoud kan brengen. Conditio sine qua non is dat zowel debatleiders als politici dit ook willen. Joop Versteeg drukte in een reactie vooraf op de website van de tv-zender zowel hoop als frustratie van menig VRT-kijker heel goed uit: “Het groot debat zal hopelijk een debat zijn en geen opeenvolging van interrupties om de 7 seconden door de debatleiders en het door elkaar gaan praten van de politici”.
De hoop was gewettigd. In bepaalde (late) programma’s zoals Phara is immers een positieve tendens te merken. De praatgasten kunnen op een rustige manier hun ideeën duidelijk naar voor brengen. Zo onder meer over de manier waarop journalisten het maatschappelijk debat sturen, zoals door professor Luc Huyse in de uitzending van 28 mei jongstleden (zie fragment na 30’10”). Hij is er van overtuigd dat er wel degelijk inhoud kan gebracht worden en dat, hoewel partijprogramma's soms op mekaar lijken, er toch wel degelijk inhoudelijke verschillen in terug te vinden zijn. “Maar om zoiets ter sprake te brengen in een debat of in een interview heb je meer dan 25 seconden nodig. Je kan geen afgeronde redeneringen meer brengen, je kan geen nuances meer brengen, en dat is de rijkdom van het politieke debat” bracht professor Huyse aan.
De nieuwsploeg van de VRT stelt dat ze de ambitie heeft om aandacht te schenken aan de inhoud en slaagt er soms in om het sensatie- of showelement achterwege te laten. Toch bezwijkt ze nog al te vaak aan de verleiding van het steekvlameffect. Dat effect is verzekerd als men De Gucht tegenover De Decker opstelt of als men bij politici uitspraken kan ontlokken over hun ambities qua postjes en mogelijke coalitievorming (lang voor de stem van de kiezer gehoord is). Terwijl het toch om verkiezingen voor een parlement, de keuze voor vertegenwoordigers van het volk gaat. En is het dan niet de taak van een publieke omroep te focussen op de inhoud van de verschillende programma’s ? Zodat ze de kloof tussen burger en politici kan dichten ?
Jammer genoeg was ook deze keer op dat vlak een duidelijk manco aanwezig. Sommige politici waren gedreven om voor een meer inhoudelijke inbreng te zorgen, maar kregen er niet voldoende kans toe. Het debat tussen Geert Lambert en Frank Vandenbroucke was daar illustratief voor. Het standpunt van laatstgenoemde kwam duidelijk meer aan bod, onder meer omdat Geert Lambert eerst een fout van de interviewer moest rechtzetten. Schrijnend werd het pas toen Geert Lambert een poging ondernam om “flexicurity” (of flex security: flexibele sociale zekerheid) te duiden. Hij kreeg daar enkele seconden voor. Toen hij de link wou maken naar het Deens model werd hij prompt de mond gesnoerd. Waarom is me niet helemaal duidelijk. Teveel inhoud misschien ?
Qua inhoud bleef ik een beetje op mijn honger zitten. Gelukkig bleef het moddergooien, zoals we dat in de laatste weken meermaals mochten meemaken, achterwege. Wat veeleer een verdienste van de politici was. Deze wisten zich meestal goed te redden uit de valstrikken die de interviewers op dat vlak hadden gespannen.
Naast de wens voor meer politiek fatsoen mag dan ook even stil worden gestaan bij journalistiek fatsoen. Dé reactie van de avond kwam van Bart De Wever die Siegfried Bracke op zijn plaats kon zetten toen die polste naar zijn coalitievoorkeur: “Ik vind dat erg. Men spreekt over fatsoen. Ik vind het onfatsoenlijk om voor de verkiezingen over coalities te spreken” (zie fragment bij 87’27”).
Interessante artikels over het debat van gisteren:
Artikel weblog Michel Vuijlsteke
Artikel Knack
Artikel weblog Steven Verschoot
De hoop was gewettigd. In bepaalde (late) programma’s zoals Phara is immers een positieve tendens te merken. De praatgasten kunnen op een rustige manier hun ideeën duidelijk naar voor brengen. Zo onder meer over de manier waarop journalisten het maatschappelijk debat sturen, zoals door professor Luc Huyse in de uitzending van 28 mei jongstleden (zie fragment na 30’10”). Hij is er van overtuigd dat er wel degelijk inhoud kan gebracht worden en dat, hoewel partijprogramma's soms op mekaar lijken, er toch wel degelijk inhoudelijke verschillen in terug te vinden zijn. “Maar om zoiets ter sprake te brengen in een debat of in een interview heb je meer dan 25 seconden nodig. Je kan geen afgeronde redeneringen meer brengen, je kan geen nuances meer brengen, en dat is de rijkdom van het politieke debat” bracht professor Huyse aan.
De nieuwsploeg van de VRT stelt dat ze de ambitie heeft om aandacht te schenken aan de inhoud en slaagt er soms in om het sensatie- of showelement achterwege te laten. Toch bezwijkt ze nog al te vaak aan de verleiding van het steekvlameffect. Dat effect is verzekerd als men De Gucht tegenover De Decker opstelt of als men bij politici uitspraken kan ontlokken over hun ambities qua postjes en mogelijke coalitievorming (lang voor de stem van de kiezer gehoord is). Terwijl het toch om verkiezingen voor een parlement, de keuze voor vertegenwoordigers van het volk gaat. En is het dan niet de taak van een publieke omroep te focussen op de inhoud van de verschillende programma’s ? Zodat ze de kloof tussen burger en politici kan dichten ?
Jammer genoeg was ook deze keer op dat vlak een duidelijk manco aanwezig. Sommige politici waren gedreven om voor een meer inhoudelijke inbreng te zorgen, maar kregen er niet voldoende kans toe. Het debat tussen Geert Lambert en Frank Vandenbroucke was daar illustratief voor. Het standpunt van laatstgenoemde kwam duidelijk meer aan bod, onder meer omdat Geert Lambert eerst een fout van de interviewer moest rechtzetten. Schrijnend werd het pas toen Geert Lambert een poging ondernam om “flexicurity” (of flex security: flexibele sociale zekerheid) te duiden. Hij kreeg daar enkele seconden voor. Toen hij de link wou maken naar het Deens model werd hij prompt de mond gesnoerd. Waarom is me niet helemaal duidelijk. Teveel inhoud misschien ?
Qua inhoud bleef ik een beetje op mijn honger zitten. Gelukkig bleef het moddergooien, zoals we dat in de laatste weken meermaals mochten meemaken, achterwege. Wat veeleer een verdienste van de politici was. Deze wisten zich meestal goed te redden uit de valstrikken die de interviewers op dat vlak hadden gespannen.
Naast de wens voor meer politiek fatsoen mag dan ook even stil worden gestaan bij journalistiek fatsoen. Dé reactie van de avond kwam van Bart De Wever die Siegfried Bracke op zijn plaats kon zetten toen die polste naar zijn coalitievoorkeur: “Ik vind dat erg. Men spreekt over fatsoen. Ik vind het onfatsoenlijk om voor de verkiezingen over coalities te spreken” (zie fragment bij 87’27”).
Interessante artikels over het debat van gisteren:
Artikel weblog Michel Vuijlsteke
Artikel Knack
Artikel weblog Steven Verschoot
Bovenstaande afbeelding is een public domain afbeelding: http://www.publicdomainpictures.net/view-image.php?image=2960
zaterdag 2 mei 2009
Josse De Pauw - De versie Claus

Na een zeer lekkere groentenpasta gegeten te hebben in “L’entrepôt du Congo” op de Vlaamse Kaai in Antwerpen, zijn we gisterenavond nog eens een toneelstuk gaan bekijken (wat al veel te lang geleden was). Hoewel ik helemaal geen Claus-lezer ben, heb ik heel veel genoten van “De versie Claus”.
Acteur Josse De Pauw vertolkte de rol van Hugo Claus waarin deze terugblikt op zijn leven. Dit vanuit het perspectief van de vele interviews die deze laatste tijdens zijn leven gegeven heeft. Deze theatermonoloog was doorspekt met simpele maar diepzinnige zinnetjes uit de mond van de schrijver. Veel thema’s kwamen – onuitgesproken - aan bod. Zo was er onder meer de manier waarop sommige media hun geïnterviewden gebruiken (misbruiken) om te scoren en met dat doel voor ogen de waarheid manipuleren en/of de essentie verdringen. Het theaterstuk begint trouwens met de jonge dichter die vroeger “ooit de glorie van mijn stafrijmen zong en sindsdien – o familiarity! – geregeld in de krant aan mijn enkels heeft geknabbeld”. En verder - over diezelfde dichter -: “Dat hij me in de krant op de korrel heeft genomen, zegt hij, het is bitter, het is zuur maar dat wou zijn Chef Cultuur”. Dat Claus' bijzondere levensstijl vaak meer in de kijker stond dan zijn literaire werk, werd typerend samengevat in twee zinnen, met name toen hij de interviewer naar buiten leidt: “Buiten wijs ik met mijn vinger naar de maan. Hij blijft kijken naar mijn vinger”.
Josse De Pauw stond er. Ik kan me dan ook helemaal vinden in de recensie die Karlien van Hoonacker over dit stuk schreef: “Josse De Pauw brengt de monoloog met overtuiging. Hij staat er, als mondaine, zelfbewuste schrijver die geïnterviewd wordt. Toch probeert hij op geen enkel moment Claus "na te spelen". Zijn stembuigingen zijn niet die van Claus. De monkel in z’n stem is niet die van Claus. Zijn bewegingen zijn niet die van Claus”.
In een artikel in de Gazet van Antwerpen schreef Evita Bonné: “Hoe goed de tekst ook is, de enige bedenking die te maken valt, en de vraag die De Pauw zichzelf ook heeft gesteld, is of mensen die ver van Claus stonden er wat aan over houden”. Ik kan beiden geruststellen.
Een interessant artikel over Josse De Pauw is dat over zijn relatie met Brussel en Asse (hij woonde er in de Stationstraat).
Acteur Josse De Pauw vertolkte de rol van Hugo Claus waarin deze terugblikt op zijn leven. Dit vanuit het perspectief van de vele interviews die deze laatste tijdens zijn leven gegeven heeft. Deze theatermonoloog was doorspekt met simpele maar diepzinnige zinnetjes uit de mond van de schrijver. Veel thema’s kwamen – onuitgesproken - aan bod. Zo was er onder meer de manier waarop sommige media hun geïnterviewden gebruiken (misbruiken) om te scoren en met dat doel voor ogen de waarheid manipuleren en/of de essentie verdringen. Het theaterstuk begint trouwens met de jonge dichter die vroeger “ooit de glorie van mijn stafrijmen zong en sindsdien – o familiarity! – geregeld in de krant aan mijn enkels heeft geknabbeld”. En verder - over diezelfde dichter -: “Dat hij me in de krant op de korrel heeft genomen, zegt hij, het is bitter, het is zuur maar dat wou zijn Chef Cultuur”. Dat Claus' bijzondere levensstijl vaak meer in de kijker stond dan zijn literaire werk, werd typerend samengevat in twee zinnen, met name toen hij de interviewer naar buiten leidt: “Buiten wijs ik met mijn vinger naar de maan. Hij blijft kijken naar mijn vinger”.
Josse De Pauw stond er. Ik kan me dan ook helemaal vinden in de recensie die Karlien van Hoonacker over dit stuk schreef: “Josse De Pauw brengt de monoloog met overtuiging. Hij staat er, als mondaine, zelfbewuste schrijver die geïnterviewd wordt. Toch probeert hij op geen enkel moment Claus "na te spelen". Zijn stembuigingen zijn niet die van Claus. De monkel in z’n stem is niet die van Claus. Zijn bewegingen zijn niet die van Claus”.
In een artikel in de Gazet van Antwerpen schreef Evita Bonné: “Hoe goed de tekst ook is, de enige bedenking die te maken valt, en de vraag die De Pauw zichzelf ook heeft gesteld, is of mensen die ver van Claus stonden er wat aan over houden”. Ik kan beiden geruststellen.
Een interessant artikel over Josse De Pauw is dat over zijn relatie met Brussel en Asse (hij woonde er in de Stationstraat).
zondag 26 april 2009
Schumpeter

Mijn vorige artikel sloot ik af met een verwijzing naar een uitspraak van Geert Noels: “If governments cannot look beyond the next elections, they will favour Keynes. If they favour the next generation, they will take Schumpeter as a guide”.
De naam van Schumpeter valt de laatste tijd meer en meer in economische kringen. De nadruk die hij legde op economische veranderingsprocessen zal daaraan niet vreemd zijn, zeker niet wanneer – zoals nu omwille van de financiële en economische crisis – de werking van onze (sociaal gecorrigeerde) vrije markteconomie extra aandacht krijgt. Vooral zijn idee van creative destruction, dat door hem als de motor van de economische vooruitgang wordt beschouwd, wordt door velen opgepikt en gewaardeerd. Schumpeter was “ervan overtuigd dat alles uiteindelijk onderhevig is aan verandering en dat het om deze reden zinloos is zich aan het verleden of heden vast te klampen. Men kan niet veel meer doen dan trachten de onvermijdelijke veranderingen in menselijke banen te leiden” schrijft Hans Blokland in zijn boek De modernisering en haar politieke gevolgen: Weber, Mannheim en Schumpeter (Hans Blokland, De modernisering en haar politieke gevolgen: Weber, Mannheim en Schumpeter, Een rehabilitatie van de politiek, Deel 1, Boom, Amsterdam, 2001, blz. 168-169). Fundamentele innovaties, die aan de basis van de Kondratieff-cycli liggen, veranderen immers de ganse economische structuur.
De naam van Schumpeter valt de laatste tijd meer en meer in economische kringen. De nadruk die hij legde op economische veranderingsprocessen zal daaraan niet vreemd zijn, zeker niet wanneer – zoals nu omwille van de financiële en economische crisis – de werking van onze (sociaal gecorrigeerde) vrije markteconomie extra aandacht krijgt. Vooral zijn idee van creative destruction, dat door hem als de motor van de economische vooruitgang wordt beschouwd, wordt door velen opgepikt en gewaardeerd. Schumpeter was “ervan overtuigd dat alles uiteindelijk onderhevig is aan verandering en dat het om deze reden zinloos is zich aan het verleden of heden vast te klampen. Men kan niet veel meer doen dan trachten de onvermijdelijke veranderingen in menselijke banen te leiden” schrijft Hans Blokland in zijn boek De modernisering en haar politieke gevolgen: Weber, Mannheim en Schumpeter (Hans Blokland, De modernisering en haar politieke gevolgen: Weber, Mannheim en Schumpeter, Een rehabilitatie van de politiek, Deel 1, Boom, Amsterdam, 2001, blz. 168-169). Fundamentele innovaties, die aan de basis van de Kondratieff-cycli liggen, veranderen immers de ganse economische structuur.
Wellicht doelde Geert Noels in zijn uitspraak op het laten varen van een al te krampachtig ondersteunen van sectoren waarin Vlaanderen/België/Europa geen concurrentieel voordeel (meer) heeft of het voeren van een ondoordachte "deficit spending" politiek. Eenzelfde bedrag aan belastinggeld kan maar één keer uitgegeven worden. Wanneer de overheid beslist om de economie bijkomend te ondersteunen zou ze dat dan ook moeten doen via maatregelen die op termijn het meest rendabel zijn. Als een investering van 10 euro in project X op termijn 100 euro oplevert en een investering van eenzelfde 10 euro in project Y over een zelfde termijn 200 euro oplevert, dan zou het ook logisch zijn dat ze voor project Y opteert.
Positief vind ik alvast dat Schumpeter de maatschappij voornamelijk vanuit een empirische invalshoek bestudeerde en niet vanuit een ideologisch perspectief. Ook dat hij de economie als onderdeel van een complex sociaal systeem beschouwde.
Het nemen van Schumpeter als gids in alles wat een overheid onderneemt zou m.i. echter wat te voortvarend zijn. Zijn visie met betrekking tot het nut van bijvoorbeeld monopoliepraktijken en kartelafspraken is op zijn minst controversieel te noemen. Zijn geloof in het efficiënt functioneren van een planeconomie (centraal geleide productie) is - bekeken vanuit de tijdscontext waarin hij leefde - misschien nog te begrijpen, maar de haalbaarheid ervan is door de gechiedenis reeds tegengesproken. Positief is wel dat hij niet blind is voor wat het kapitalisme tot nu toe reeds mogelijk maakte: toename van de welvaart, totstandkoming van een uitgebreide sociale zekerheid, …
Het is wel goed dat hij wijst op het feit dat het kapitalisme in zich de kiemen draagt van zijn eigen ondergang (zoals dat ook van democratie gezegd wordt). Zijn waarnemingen en inzichten hebben nog steeds een hoge actualiteitswaarde, zeker nu door de economische omstandigheden de werking van de bestaande economische systemen in vraag worden gesteld (cf. discussie die gevoerd wordt over liberalisme en libertarisme n.a.v. de crisis van het financiële systeem).
Zaak is nu om het kind (idee van creative destruction) niet met het badwater (sommige andere inzichten van Schumpeter) weg te gooien.
Positief vind ik alvast dat Schumpeter de maatschappij voornamelijk vanuit een empirische invalshoek bestudeerde en niet vanuit een ideologisch perspectief. Ook dat hij de economie als onderdeel van een complex sociaal systeem beschouwde.
Het nemen van Schumpeter als gids in alles wat een overheid onderneemt zou m.i. echter wat te voortvarend zijn. Zijn visie met betrekking tot het nut van bijvoorbeeld monopoliepraktijken en kartelafspraken is op zijn minst controversieel te noemen. Zijn geloof in het efficiënt functioneren van een planeconomie (centraal geleide productie) is - bekeken vanuit de tijdscontext waarin hij leefde - misschien nog te begrijpen, maar de haalbaarheid ervan is door de gechiedenis reeds tegengesproken. Positief is wel dat hij niet blind is voor wat het kapitalisme tot nu toe reeds mogelijk maakte: toename van de welvaart, totstandkoming van een uitgebreide sociale zekerheid, …
Het is wel goed dat hij wijst op het feit dat het kapitalisme in zich de kiemen draagt van zijn eigen ondergang (zoals dat ook van democratie gezegd wordt). Zijn waarnemingen en inzichten hebben nog steeds een hoge actualiteitswaarde, zeker nu door de economische omstandigheden de werking van de bestaande economische systemen in vraag worden gesteld (cf. discussie die gevoerd wordt over liberalisme en libertarisme n.a.v. de crisis van het financiële systeem).
Zaak is nu om het kind (idee van creative destruction) niet met het badwater (sommige andere inzichten van Schumpeter) weg te gooien.
zaterdag 14 maart 2009
Politieke moed

De overheids-schuld die, in absolute cijfers, steeds een stijgende trend kende, zal met de huidige crisis nog een flink pak toenemen. In de nogal vlug gemaakte veronderstelling dat het BBP steeds een stevige groei kent, hoeft dit geen ramp te zijn. Meestal kan men dan spreken van een relatieve (schuld ten opzichte van het BBP) afname van de overheidsschuld. Het woordje "relatief" wordt dan vaak "vergeten". Vandaag weten we dat een immer continue groei van het BBP een illusie is. Door de afname van het BBP, gecombineerd met de toename van de absolute overheidsschuld, zal de curve op de afbeelding hierboven weldra een fameuze knik naar omhoog krijgen.
Op de website van De Tijd lees ik daarnet: “De federale ministerraad zal wellicht pas rond Pasen knopen doorhakken over een mogelijk tweede herstelplan. Dat is te horen in regeringskringen. Als er al een stimuleringsplan komt, zal het van beperkte omvang zijn gezien de weinig rooskleurige overheidsfinanciën”. Dat er weinig ruimte is voor een stevig stimuleringsplan is pijnlijk om zien, zeker wanneer we terugblikken op de periode dat er genoeg kansen waren om structureel in te grijpen en de torenhoge overheidsschuld aan te pakken. De lessen van Keynes kunnen dus niet volop toegepast worden.
Keynes legde het accent op het dempen van conjunctuurgolven. De overheid moet dan bij hoogconjunctuur haar uitgaven minderen of de belastingdruk verhogen. Bij laagconjunctuur net anders om. Keynes was er voorstander van om, in geval van economische crisis, toe te staan dat de overheid aan "deficit spending" zou doen. Een begrotingstekort (meer uitgeven dan wat er binnenkomt op jaarbasis) is in dat geval wenselijk en zelfs noodzakelijk. Zo worden al té grote schokken opgevangen. Met "deficitit spending" ondersteunt de overheid de vraagzijde van de economie, zodat deze op een aanvaardbaar niveau kan blijven draaien.Met het spook van massale ontslagen voor ogen, wordt Keynes dan ook gretig aangegrepen om er de crisis mee te lijf te gaan.Wat gemakkelijkheidshalve vergeten wordt is dat Keynes "deficit spending" voorstond als onderdeel van een "anticyclisch begrotingsbeleid". Begrotingstekort als het slecht gaat, jawel, maar dan ook een begrotingsoverschot (meer ontvangsten, minder uitgaven) als het goed gaat. Maar dit kan enkel als er een spaarpotje is aangelegd om er de begrotingstekorten in slechte jaren mee op te vangen. Kwestie van de overheidsschuld niet oeverloos te laten aandikken. En daar wringt nu net het schoentje. Als het goed gaat, wil iedereen meteen meeprofiteren van de gerealiseerde winsten. Winst is in de ogen van velen een vies woord, maar is nu eenmaal nodig om zo een spaarpotje aan te leggen. Dat gaat niet alleen op voor gezinnen, bedrijven, maar ook voor gelijk welke andere organisatie, de overheid incluis.
Op dat vlak is de periode 2000-2008 er één van gemiste kansen. De daling van de relatieve overheidsschuld mag dan sinds 1992 een mooi lineaire trend vertonen, wat men er dan vaak niet bijvertelt, is dat deze door eenmalige verkopen van overheidsactiva in stand kon gehouden worden. Doortastende structurele maatregelen waren beter geweest. Maar gedane zaken nemen geen keer, we moeten vooruit kijken. Roland Legrand zet dit op het blog van Belgian Affairs nog eens extra in de verf: “(…) The reason is simple: Belgium squandered the opportunities for reducing the debt position substantially during the good years, and risks now prolonged deficits of about 4 percent, increasing the debt to about 100 percent of GDP (...)”. In een ander artikel op dat blog schrijft de auteur dat “Once the recession is over - which could take some time - the federal state will have to take action”.
Ik ben het met hem eens, maar ik denk dat men best niet zolang wacht om structureel in te grijpen. Het heroriënteren van middelen naar initiatieven die er echt toe doen is iets wat tijdens een crisis ook al kan gebeuren. Bijkomend voordeel is dat er ook veel minder politieke moed voor nodig is, gezien de meeste mensen wel beseffen dat harde tijden doortastende maatregelen vragen. Wat mij betreft, denk ik dat er genoeg inspiratie te vinden is in de reacties op het artikel in De Tijd van vandaag.Inspiratie kan zeker ook gevonden worden bij Schumpeter zoals door Geert Noels wordt gesuggereerd in een artikel op zijn blog EconoShock. Maar dat zal niet gemakkelijk zijn, zeker niet met de verkiezingen van 7 juni in het vooruitzicht. Zijn laatste zin is in dat verband treffend: “If governments cannot look beyond the next elections, they will favour Keynes. If they favour the next generation, they will take Shumpeter as a guide …”.
PS: Bovenstaande afbeelding valt onder de Wikimedia Commons-regeling (auteur: Donar Reiskoffer, 28 augustus 2007)
PS: Bovenstaande afbeelding valt onder de Wikimedia Commons-regeling (auteur: Donar Reiskoffer, 28 augustus 2007)
zondag 8 maart 2009
Antarctica
Mijn eerste woorden op dit blog zijn nog niet koud, of een reële case m.b.t. de zesde doelstelling, "een gezond leefmilieu", komt daarnet - in de vorm van een e-mail - binnengerold. Een kennis vertrekt over een paar dagen naar Antarctica. Zijn avonturen zijn te volgen op http://expedition.2041.com/2009/ en zijn persoonlijk blog www.bloggen.be/PM_antarctica/. Prachtige beelden van Antarctica zijn te vinden op www.2041.com
Het is hoopgevend dat ook het ecologisch denken steeds meer voet aan grond krijgt in alle geledingen van de maatschappij. Ook in het bedrijfsleven. Wellicht zal de aandacht voor ecologie bij ondernemingen, financiële instellingen,... wel voor een groot deel zijn ingegeven door economische belangen. De waardering van de (potentiële) klant voor zulke bedrijven vertaalt zich vroeg of laat in omzet voor het bedrijf, dat is voor de meeste ondernemingen wel duidelijk.
Het is hoopgevend dat ook het ecologisch denken steeds meer voet aan grond krijgt in alle geledingen van de maatschappij. Ook in het bedrijfsleven. Wellicht zal de aandacht voor ecologie bij ondernemingen, financiële instellingen,... wel voor een groot deel zijn ingegeven door economische belangen. De waardering van de (potentiële) klant voor zulke bedrijven vertaalt zich vroeg of laat in omzet voor het bedrijf, dat is voor de meeste ondernemingen wel duidelijk.
Maar vooral hoopgevend is dat een idee (of ideaal), als het maar vaak genoeg herhaald wordt, uiteindelijk toch een voldoende groot maatschappelijk draagvlak weet te vinden. Als de "sense of urgency" dan nog voldoende groot is, dan wint die idee op termijn toch het pleit.
Dat dit dertig jaar duurt (van de jeugdserie "De Kat" tot Al Gore's "Uncovenient Truth" nemen we er dan maar bij. Andere belangen werk(t)en nu eenmaal tegen. We mogen niet vergeten dat die dertig jaar nodig waren om tot een voldoende breed ethisch besef te komen omtrent milieu. Tieners van toen zijn nu pas veertigers geworden. Mooi dat we daarin nu geholpen worden door zestigers als Gore. Zonder hem was de uitdaging om George W. Bush zijn boek te doen lezen misschien wel niet gelukt.
Politieke economie? Publieke economie ? Economische politiek ? What's in a name ?
Bedoeling van dit blog is een kleine wandeling te maken door een landschap waar economie en overheid mekaar kruisen. Geregeld zullen er een paar zijsprongetjes zijn richting cultuur, sport, filosofie, ethiek, management, taal, recht,... maar "overheid en economie" blijven centraal staan. Verder wil ik hier af en toe wat gedachten loslaten en vooral veel links plaatsen naar interessante documenten. Een geïnformeerd burger is er immers 27 waard. Bij benadering dan toch.
Het moet ergens 1980-1981 geweest zijn dat ik voor het eerst kennismaakte met het begrip "economische politiek". De Aula-boekjes trof men in veel boekhandels aan en één van die boekjes heette "De magische vijfhoek". Met die term werd verwezen naar de vijf doelstellingen van de economische politiek:
1. een evenwichtige arbeidsmarkt
2. een evenwichtige economische groei
3. een stabiel prijsniveau
4. een rechtvaardige inkomensverdeling
5. een evenwichtige betalingsbalans
Toen al vroegen de auteurs zich af of "een gezond leefmilieu" niet als zesde doelstellling moest toegevoegd worden. Ze kozen er toen voor om dit te plaatsen binnen de tweede doelstelling, "een evenwichtige economische groei". Nu wordt het vaak als aparte zesde doelstelling vermeld.
Om die doelstellingen te bereiken, beschikt de overheid over enkele instrumenten, met name:
- een begrotingsbeleid
- een monetair beleid
- een betalingsbalansbeleid
- een concurrentiebeleid
Abonneren op:
Posts (Atom)